Aan tafel · Achter de akte · Kantlijnen · Mevrouw zelf

U mag gewoon Sophie zeggen

24 september 2026 · 6 min lezen · 48 keer gelezen

Mensen weten niet altijd hoe ze een notaris moeten aanspreken.

Niet juridisch. Sociaal.

Dat begint soms al bij de receptie.

‘Wij hebben een afspraak met de notaris.’

Dat klopt.

‘Met Sophie.’

Dat klopt ook.

‘O.’

Dat o vindt Sophie altijd interessant. Alsof ze bij het woord notaris iemand hadden verwacht met grijs haar, een vulpen en een lichte voorkeur voor Latijn, en niet een vrouw die twee minuten eerder nog aan een collega vroeg waar ze haar koffie had neergezet.

‘Kamer twee,’ zegt die collega.

Natuurlijk.

Daar had Sophie hem zelf laten staan.

Gezag is een kwetsbaar bezit.


‘U mag gewoon Sophie zeggen,’ zegt ze meestal zodra iemand haar voor de derde keer mevrouw de notaris noemt.

Dat werkt wisselend.

Sommige mensen zijn zichtbaar opgelucht en schakelen onmiddellijk over naar Sophie. Anderen blijven gedurende de hele bespreking hardnekkig mevrouw de notaris zeggen, waardoor Sophie vanzelf rechter gaat zitten en bijna de neiging krijgt om woorden als vorenstaande te gebruiken.

En dan heb je nog de snelle categorie.

‘Maar Soph, als wij nou gewoon…’

Soph.

We kennen elkaar negen minuten.

Maar vooruit.

Het interessante aan het notariaat is dat de verhouding binnen één gesprek behoorlijk kan veranderen. Je begint met koffie en de vraag of ze het huis een beetje leuk vinden, en tien minuten later vraag je waarom er € 85.000 op hun rekening is bijgeschreven.

‘Dat is eigen geld.’

‘Dat zie ik.’

‘Dus?’

‘Ik wil graag weten waar het vandaan komt.’

Dat is altijd een bijzonder moment.

Tot dan toe was Sophie gezellig.

Nu blijkt Sophie vragen te stellen.


Mensen vergeten soms dat een notaris niet alleen degene is die aan het einde een akte voorleest en aanwijst waar de handtekening moet.

Eigenlijk is dat het minst spannende gedeelte.

Daarvoor heeft Sophie al gekeken wie de eigenaar is, of er beslagen zijn, welke hypotheek moet worden afgelost, of degene die tegenover haar zit werkelijk degene is die hij zegt dat hij is, of de volmacht klopt, of het geld er is en soms ook waar dat geld vandaan komt.

Bij een nalatenschap wil ze weten wie er overleden is, wie erfgenaam is, of er een testament bestaat, of iemand heeft verworpen of aanvaard en of er misschien ergens een kind bestaat waar de rest van de familie liever niet over praat.

Bij een testament vraagt ze wie er moet erven.

En daarna vaak:

‘Waarom?’

Dat laatste staat niet altijd in de akte.

Het is wel vaak waar het gesprek werkelijk begint.


Misschien ontstaat daarom soms verwarring wanneer Sophie niet erg plechtig doet.

Ze gebruikt gewone woorden. Ze maakt grapjes. Ze legt een hypotheekakte liever uit als een hypotheekakte dan als een monument van juridisch taalgebruik.

En dus ontstaat soms ongemerkt de gedachte dat de regels misschien ook gezellig zijn.

‘Kunnen we dat niet gewoon zo opschrijven?’

Nee.

‘Maar wij zijn het er allebei over eens.’

Dat is fijn, maar niet altijd voldoende.

‘De makelaar zei dat het kon.’

Dat is ook fijn voor de makelaar.

‘De bank vindt het goed.’

De bank hoeft de akte niet te passeren.

En natuurlijk:

‘ChatGPT zegt dat het juridisch mogelijk is.’

Sophie is dol op technologie, maar blijft het fascinerend vinden hoe snel een chatbot tot juridisch adviseur promoveert zodra hij het gewenste antwoord geeft.

‘Heeft ChatGPT ook de stukken gezien?’

Nee.

‘Het testament?’

Nee.

‘De huwelijkse voorwaarden?’

Nee.

‘De eigendomsakte?’

Nee.

‘Dan heeft ChatGPT een aanzienlijk ontspannen werkdag gehad.’


Laatst zat er een stel tegenover haar voor de levering van hun eerste woning.

Leuk stel. Zenuwachtig. Veel vragen.

Binnen vijf minuten was mevrouw de notaris Sophie geworden en na een kwartier zaten ze zo ontspannen aan tafel dat de koper vroeg:

‘Maar Soph, waarom moeten we eigenlijk twee aktes tekenen? Het huis is toch al van ons als we betalen?’

Daar is ze dan weer voor.

Sophie legde uit dat de koopovereenkomst niet hetzelfde is als de levering, dat eigendom van een woning pas overgaat door de notariële leveringsakte én inschrijving daarvan in de openbare registers, en dat de hypotheek weer een afzonderlijk recht is dat ten gunste van de bank wordt gevestigd.

Hij keek naar de twee aktes.

‘Dus dit hele circus is echt nodig?’

‘Juridisch heet het geen circus.’

‘Hoe heet het dan?’

‘Werk.’

Zijn vriendin lachte.

Sophie ook.

Daarna controleerde ze hun legitimatie.

Of probeerde dat.

De vrouw opende haar tas.

Telefoon.

Sleutels.

Lippenbalsem.

Zonnebril.

Bonnetjes.

Een halve apotheek.

Geen paspoort.

‘Ik weet honderd procent zeker dat ik hem bij me heb.’

Op een notariskantoor zijn er een paar zinnen die minder geruststellend zijn dan cliënten denken.

Volgens mij staat het geld erop.

Mijn broer vindt het ook goed.

Dat testament zal wel ergens liggen.

En:

Ik weet honderd procent zeker dat ik mijn paspoort bij me heb.

De tas werd opnieuw leeggehaald.

Haar vriend keek mee.

‘Jij zou hem meenemen.’

‘Nee, jij had hem op tafel gelegd.’

‘Omdat jij zei dat -’

Sophie wachtte.

Van notaris naar relatietherapeut in minder dan dertig seconden.

Niet declarabel.

Het paspoort zat uiteindelijk in het laptopvak.

Natuurlijk.


Daarna kon er getekend worden.

En precies op zo’n moment wordt zichtbaar wat Sophie zo grappig vindt aan haar vak.

Een kwartier eerder was ze nog Sophie die koffie schonk en hielp zoeken naar een paspoort. Nu stelde ze vast dat de personen aan tafel degenen waren die in de akte stonden, controleerde ze hun wil, passeerde ze twee authentieke akten en zette ze daar haar handtekening onder.

Vanaf dat moment was haar naam niet meer alleen haar naam.

Die handtekening betekende iets.

Dat zij had vastgesteld wie er voor haar zaten.

Dat zij had gecontroleerd wat gecontroleerd moest worden.

Dat zij de akte had besproken.

Dat zij vond dat er gepasseerd kon worden.

En als ze dat níét vindt, wordt er niet gepasseerd.

Ook niet als iedereen al aan tafel zit.

Ook niet als de makelaar buiten met de sleutel staat.

Ook niet als de bank haast heeft.

Ook niet als de verhuiswagen al voor de nieuwe woning staat.

Dan verandert:

‘Maar Sophie…’

heel snel weer in:

‘Mevrouw de notaris, wat bedoelt u precies?’

Dat blijft grappig.

Het ambt blijkt ineens uitstekend vindbaar.


Misschien zit daar uiteindelijk het verschil.

Sophie hoeft er niet voortdurend uit te zien als een notaris om er één te zijn.

Het zit niet in een groot bureau, ingewikkelde woorden of voldoende ernstig kijken tijdens het voorlezen van artikel 6.

Het zit in het doorvragen wanneer iets niet klopt.

In geld niet laten lopen voordat het mag lopen.

In een handtekening weigeren wanneer de wil niet duidelijk is.

In onafhankelijk blijven wanneer koper, verkoper, bank, makelaar en adviseur toevallig allemaal dezelfde kant op willen.

En soms in zeggen:

‘Nee, zo gaan we het niet doen.’

Ook wanneer ze vijf minuten daarvoor nog koffie heeft staan zoeken.


Dus Sophie mag.

Mevrouw mag.

Mevrouw de notaris mag ook.

Soph vindt ze persoonlijk ambitieus vóór de hypotheekakte, maar daar valt over te praten.

Uiteindelijk zit achter al die aanspreekvormen dezelfde vrouw die probeert uit te zoeken wat mensen willen, controleert of het juridisch kan en vervolgens zorgt dat wat op papier komt ook werkelijk mag blijven staan.

Sommige mensen bestellen een notaris en krijgen Sophie erbij.

Sommige mensen komen voor Sophie en ontdekken onderweg dat ze óók nog notaris is.

Meestal gaat dat uitstekend samen.

Tot Sophie ‘nee’ zegt.

Dan is het opvallend snel weer:

‘Mevrouw de notaris…’

Raakte dit verhaal je?
♥ 2·48 keer gelezen
Meepraten

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *.