Sophie werkt veel in de toekomst.
Niet morgen om half negen.
Dat is gewoon haar agenda.
De andere toekomst.
Die van indien, zodra en ingeval van.
Na mijn overlijden.
Indien mijn echtgenoot mij overleeft.
Wanneer de langstlevende komt te overlijden.
Voor het geval mijn dochter vóór mij overlijdt.
Het zijn zinnen die Sophie bijna achteloos uitspreekt.
Voor cliënten zijn ze soms iets anders.
Daar zit ineens hun man in die zin.
Hun kind.
Zijzelf.
Dood.
Maar dan in keurige juridische taal, met een artikelnummertje ervoor.
Het recht houdt van de toekomst.
Het liefst overzichtelijk.
Als A gebeurt, volgt B.
Tenzij C.
En voor het geval C ook niet meer leeft, hebben we gelukkig artikel 7.
Sophie kan op papier behoorlijk ver vooruit.
Ze kan regelen wie een huis krijgt van iemand die vandaag nog gewoon de vaatwasser uitruimt.
Wie er beslist als iemand dat zelf niet meer kan.
Wie geld krijgt dat nog niet is verdiend.
Wie een onderneming voortzet.
Wie voor de hond zorgt.
Wie de sieraden krijgt.
En wie vooral níét.
Dat laatste blijkt verrassend vaak het eenvoudigste onderdeel van een testament.
Mensen komen bij Sophie omdat ze iets willen regelen.
Dat woord valt voortdurend op een notariskantoor.
Regelen.
‘Dan is dat tenminste geregeld.’
Sophie begrijpt de aantrekkingskracht.
Een akte heeft iets geruststellends.
Er staan artikelen in.
Nummers.
Definities.
Er is een datum.
Een handtekening.
Soms zelfs een stempel, al doet Sophie daar minder aan dan mensen kennelijk hopen.
Het papier suggereert dat de toekomst zich vanaf nu aan de afspraken zal houden.
En Sophie helpt daar professioneel aan mee.
Ze zegt:
‘Als u als eerste overlijdt…’
Alsof dat een afslag is die iemand straks keurig volgens de navigatie neemt.
Soms zit er een echtpaar tegenover haar.
Ze zijn zestig.
Of veertig.
Of achtentachtig.
De één kijkt naar de ander wanneer Sophie over overlijden begint.
‘Nou,’ zegt iemand dan, ‘hij gaat toch eerst.’
‘Dat zullen we nog wel eens zien,’ zegt de ander.
Er wordt gelachen.
Sophie lacht mee.
Dood doet het aan een notaristafel opvallend goed als grap.
Misschien omdat het anders te dichtbij komt.
Daarna gaat ze verder.
Wanneer de langstlevende overlijdt…
En ineens bestaan ze allebei niet meer.
Op papier.
In de kamer zitten ze nog gewoon tegenover haar.
Eén van hen neemt een slok koffie.
Dat blijft Sophie vreemd vinden.
Hoe gemakkelijk papier vooruit kan lopen op een mensenleven.
Ze maakt vandaag een regeling voor een dag die misschien over dertig jaar komt.
Of donderdag.
Niemand weet het.
De akte doet alsof dat verschil er niet toe doet.
Dat is ook haar kracht.
Een testament hoeft niet te weten wanneer iemand sterft.
Het moet weten wat er moet gebeuren als het gebeurt.
Het woord als kan juridisch een indrukwekkende hoeveelheid onzekerheid dragen.
Misschien komen mensen daarom naar een notaris.
Niet omdat ze denken dat Sophie weet wat er gaat gebeuren.
Ze hopen vooral dat zij iets kan doen aan het feit dat niemand het weet.
En dat kan ze.
Een beetje.
Ze kan geen toekomst maken.
Ze kan er wel vangrails langs zetten.
Een volmacht voor als het hoofd niet meer meewerkt.
Een testament voor als iemand er niet meer is.
Een regeling voor als liefde eindigt.
Een voogd voor als ouders wegvallen.
Een bepaling voor als kinderen ruzie krijgen.
Een reserve-erfgenaam voor het geval zelfs de eerste toekomst niet doorgaat.
Sophie bouwt beroepsmatig nooduitgangen in dagen die nog niet bestaan.
En toch gebeurt er tijdens zo’n bespreking soms iets eigenaardigs.
Mensen beginnen over later alsof later bezit is.
‘Als we straks met pensioen zijn.’
‘Wanneer de kinderen het huis uit zijn.’
‘Over een paar jaar willen we kleiner wonen.’
‘Dan gaan we eindelijk reizen.’
Sophie schrijft niets op.
Het hoort niet in de akte.
Maar ze hoort het wel.
Dan.
Dat kleine woord waarin mensen complete levens bewaren.
Dan hebben we tijd.
Dan wordt het rustiger.
Dan doen we dat.
Later.
Straks.
Morgen.
Sophie werkt dagelijks met mensen die hun toekomst juridisch zorgvuldig vastleggen.
En misschien ziet ze juist daardoor hoe weinig van die toekomst daadwerkelijk van ons is.
Dat is geen prettige gedachte.
Ook geen bijzonder verkoopbare.
Laat uw testament maken, want morgen is u niet toegezegd doet het vermoedelijk matig op een folder.
Sophie zou marketingtechnisch iets kiezen met rust voor later.
Een foto erbij van twee mensen op een strand.
Zonsondergang.
Niemand dood.
Veel beter.
Maar het is wel de waarheid die onder bijna iedere akte ligt.
Niet dat er iets zal gebeuren.
Maar dat er iets kán gebeuren.
En dat we geen enkele afspraak hebben met de volgorde.
Misschien is dat waarom Sophie steeds minder gelooft in wachten op het juiste moment.
Niet alleen bij testamenten.
Bij alles.
Dat etentje.
Dat telefoontje.
Dat boek.
Iemand zeggen dat je van hem houdt.
Of dat je boos bent.
Of dat je hem of haar mist.
Of gewoon: kom je koffie drinken?
We behandelen morgen alsof het een agendapunt is dat automatisch doorschuift wanneer vandaag vol zit.
Sophie weet beroepsmatig hoe overtuigend dat voelt.
Ze zet zelf ook dingen op morgen.
En morgen opnieuw.
Ze is tenslotte notaris.
Geen verlicht wezen.
Aan het einde van een bespreking zegt een cliënt soms:
‘Fijn. Dan hebben we alles geregeld.’
Sophie knikt.
Dat hebben ze ook.
Voor zover dingen geregeld kunnen worden.
De akte ligt klaar.
De bepalingen kloppen.
De alternatieven zijn doordacht.
Zelfs voor het geval de toekomst besluit zich buitengewoon onbeleefd te gedragen, staat er meestal nog ergens een subsidiaire bepaling.
Juridisch gezien kan morgen beginnen.
Maar buiten loopt iemand langs het raam.
Er rijdt een auto voorbij.
Iemand belt zijn moeder.
Iemand krijgt slecht nieuws.
Iemand wordt verliefd.
Iemand koopt melk omdat die op is.
Het leven heeft geen artikelnummer.
Sophie bergt de akte op.
In de akte staat precies wat er moet gebeuren wanneer straks ooit vandaag wordt.
Dat is haar werk.
De toekomst zo zorgvuldig mogelijk voorbereiden.
Niet omdat zij denkt dat ze hem kan beheersen.
Juist omdat ze weet dat niemand dat kan.
Op papier bestaat morgen al.
Met definities, voorwaarden en een keurige regeling voor het geval dat.
Buiten de akte is het eenvoudiger.
Daar bestaat alleen vandaag.
En morgen –
dat moet nog maar blijken.



