Er is een moment in bijna ieder ingewikkeld dossier waarop Sophie denkt:
Dit klopt niet.
Geen groot alarm.
Geen zwaailichten boven het Kadaster.
Meer een klein juridisch steentje in haar schoen.
Iets schuurt.
En Sophie kan slecht tegen schuren.
Dus trekt ze eraan.
Eén akte wordt twee aktes.
Twee worden er zes.
Er verschijnt een tekening uit 1997 waarop een lijn nét anders loopt dan je zou verwachten.
De makelaar belt.
Sophie belt terug.
Er wordt gezocht in dossiers van mensen die waarschijnlijk allang vergeten zijn dat ze ooit partij waren bij iets wat vandaag ineens van levensbelang lijkt.
Iemand zegt:
‘Maar het is altijd zo geweest.’
Een zin waar juristen weinig aan hebben.
Mooi voor de geschiedenis.
Waardeloos voor de rechtszekerheid.
Dus verder.
Een oude splitsingsakte.
Een aanvulling.
Een vergeten bepaling op pagina 43.
Langzaam ontstaat het soort probleem dat alleen bestaat omdat iemand zorgvuldig genoeg was om het te ontdekken.
Dat is een merkwaardige eigenschap van het notariaat.
Wie oppervlakkig kijkt, ziet niets.
Wie goed kijkt, ziet een probleem.
Wie vervolgens nóg beter kijkt, ontdekt soms dat er helemaal geen probleem is.
Daarvoor moet je alleen eerst alles uit elkaar halen.
Tot op het bot.
Sophie heeft uren van haar leven doorgebracht in juridische konijnenholen die uiteindelijk nergens uitkwamen.
Geen fout.
Geen herstelakte.
Geen dramatische conclusie.
Alleen een makelaar aan de telefoon die vraagt:
‘Dus?’
En Sophie die naar zes aktes, drie tekeningen en een bureau vol aantekeningen kijkt.
‘Dus niets.’
‘Niets?’
‘Het klopt.’
Er volgt meestal een stilte waarin alle betrokkenen proberen te verwerken dat uren werk hebben geleid tot de ontdekking dat er niets hoeft te gebeuren.
Maar dat is niet hetzelfde als voor niets werken.
Dat verschil is klein.
En belangrijk.
Want zekerheid is soms niet weten wat er mis is.
Zekerheid is alles onderzocht hebben wat mis hád kunnen zijn en uiteindelijk kunnen zeggen:
nee.
Niet aankomen.
Geen akte.
Geen reparatie.
Geen juridisch kunst- en vliegwerk omdat we nu eenmaal zo lang gezocht hebben dat het zonde voelt om niets te doen.
Misschien is dat wel een van de moeilijkste onderdelen van het vak.
Niet het oplossen.
Maar het laten.
Mensen denken vaak dat deskundigheid zichtbaar moet zijn in wat je dóét.
Een akte.
Een wijziging.
Een handtekening.
Terwijl goed werk soms juist geen spoor achterlaat.
Behalve een paar uur minder van je leven, koude koffie en de stille wetenschap dat je alles hebt opengebroken om te kunnen vaststellen dat het dicht mocht blijven.
Dat is ook notariaat.
Soms ontdek je een probleem.
Soms los je er een op.
En soms leg je na uren zoeken het laatste stuk papier terug op de stapel en denk je:
laat maar staan.
Het stond goed.
Je wist het alleen nog niet.



