Er is iets verschoven
Sophie weet niet precies wanneer.
Misschien toen zou je veranderde in kun je.
En kun je in ik verwacht.
Misschien toen bereikbaarheid een karaktereigenschap werd en snelheid een bewijs van betrokkenheid.
Of misschien was het er altijd al en is ze het pas gaan zien toen ze zelf minder over had.
Mensen vragen niet zoveel meer.
Ze leggen neer.
Een probleem.
Een deadline.
Een verwachting.
Hier.
Van jou.
Los het op.
En liefst vandaag.
Zakelijk heeft het zelfs iets keurigs gekregen.
Zoals zojuist besproken.
Graag ontvang ik uiterlijk morgen.
Ik ga ervan uit dat.
Sophie heeft een lichte allergie ontwikkeld voor ik ga ervan uit dat.
Het zijn vijf woorden waarin de ander alvast heeft besloten wat jij gaat doen.
Zakelijke relaties kunnen daar wonderlijk goed in zijn.
Mensen met wie je al jaren samenwerkt. Makelaars. Advocaten. Adviseurs. Banken. Collega’s.
Juist omdat je elkaar kent, verdwijnt soms de vraag.
Kun jij dit even oppakken?
Even.
Het woord waarmee andermans tijd kleiner wordt gemaakt.
Even bellen.
Even kijken.
Even tekenen.
Even een oplossing bedenken voor iets waar drie andere professionals al twee weken niet uitkomen.
Sophie deed het.
Natuurlijk deed ze het.
Dat is misschien het vervelendste deel van dit verhaal.
Ze heeft de wereld zelf geleerd dat ze beschikbaar was.
Ze antwoordde ’s avonds.
Nam op als ze vrij was.
Schoof haar eigen werk op omdat iemand anders haast had.
Lostte dingen op voordat iemand doorhad dat ze ingewikkeld waren.
En iedere uitzondering werd langzaam een verwachting.
Zo werkt dat blijkbaar.
Als je vaak genoeg over je eigen grens stapt, gaan andere mensen denken dat daar geen grens ligt.
Tot je stopt.
Dan merken ze hem ineens wel.
Dan heet je afstandelijk.
Minder betrokken.
Moeilijk bereikbaar.
Vroeger kon dit altijd.
Ja.
Vroeger kon er veel.
Dat betekent achteraf niet dat het goed was.
Privé werkt het nauwelijks anders.
Ook daar houden mensen soms een onzichtbare administratie bij.
Wie belde.
Wie niet reageerde.
Wie uitnodigde.
Wie wanneer voor het laatst vroeg hoe het ging.
Alsof liefde en vriendschap uiteindelijk sluitend moeten zijn tot op de laatste cent.
En als iemand stilvalt, vullen we die stilte razendsnel voor hem in.
Geen interesse.
Geen moeite.
Geen prioriteit.
Zelden denken we: misschien kan iemand gewoon even niet.
Misschien kost antwoorden vandaag meer dan wij kunnen zien.
Misschien is iemand bezig zichzelf bij elkaar te houden en staat mijn appje ergens op nummer 46 van dingen waarvoor hij nog mens moet zien te worden.
We willen allemaal begrip.
Dat is het wrange.
Begrip voor onze haast.
Onze teleurstelling.
Onze pijn.
Onze drukte.
Onze behoefte aan antwoord.
Maar begrip is iets geworden wat we vooral innen.
Steeds minder iets wat we uitgeven.
En aan de andere kant van al die verwachtingen staat ook iemand.
Niet de notaris.
Niet de makelaar.
Niet de collega.
Niet degene die altijd zo sterk is.
Een mens.
Met een nacht achter zich waar jij niets van weet.
Met een telefoon die misschien al te vaak is gegaan.
Met iemand die hij mist.
Met zorgen die niet in zijn automatische afwezigheidsmelding staan.
Met een hoofd dat vol kan zijn voordat jouw urgente kwestie überhaupt binnenkomt.
Sophie weet inmiddels hoe makkelijk een mens achter zijn functie kan verdwijnen.
Je blijft antwoorden.
Glimlachen.
Oplossen.
Je zegt: komt goed.
Tot mensen vooral nog dat laatste onthouden.
Dat het bij jou goed komt.
Niet wat het kost om het goed te laten komen.
Misschien is dat wat haar tegenwoordig het meest raakt.
Niet dat mensen iets nodig hebben.
Mensen hebben elkaar nodig. Daar is niets mis mee.
Het is het gemak waarmee de ander soms uit de vergelijking verdwijnt.
Alsof jouw behoefte automatisch een verplichting aan de overkant creëert.
Alsof jouw haast zijn haast moet worden.
Jouw verdriet zijn verantwoordelijkheid.
Jouw verwachting zijn tekortkoming zodra hij er niet aan voldoet.
We praten veel over grenzen.
Meestal die van onszelf.
Misschien zouden we eens wat vaker naar die van een ander moeten kijken.
Zonder eerst te eisen dat hij uitlegt waarom ze daar staan.
Want niet iedere stilte is een boodschap.
Niet ieder nee is een afwijzing.
Niet iedere onbeantwoorde mail zegt iets over hoeveel iemand om je geeft.
En niet iedere professional die vandaag zegt dit lukt niet is ineens minder professioneel.
Misschien is hij alleen gestopt met verdwijnen om voor iedereen beschikbaar te kunnen blijven.
Sophie oefent daarop.
Op niet meteen oplossen.
Op een bericht laten liggen.
Op niet automatisch ja typen terwijl alles in haar nee zegt.
Het voelt nog steeds onnatuurlijk.
Bijna onbeleefd.
Dat zegt waarschijnlijk genoeg.
Want misschien is dat uiteindelijk wat er zo scheef is geraakt.
We zijn gaan geloven dat een goed mens ruimte maakt.
Een goede vriend begrijpt.
Een goede zakelijke relatie meebeweegt.
Een goede professional het oplost.
Altijd nog iets verder.
Nog één keer.
Nog even.
Tot degene die steeds ruimte maakt zelf nergens meer staat.
En dan vragen we verbaasd waar hij gebleven is.



