De eerste van de maand.
Sophie was bijna vergeten hoe zo’n dag voelt.
Niet de datum zelf. Die stond gewoon in haar agenda. Maar het ritme ervan. Die merkwaardige notariële cadans waarin huizen sneller van eigenaar lijken te wisselen dan de mensen die erin gaan wonen kunnen bevatten.
Aktes tegen elkaar aan.
Kopers iets te vroeg.
Verkopers iets te laat.
Makelaars die bellen of alles rond is.
Banken die op de eerste van de maand steevast lijken te ontdekken dat geld overmaken een proces is waar enige tijd mee gemoeid kan zijn.
Vroeger dacht Sophie daar niet over na.
De eerste was gewoon de eerste.
Je ging zitten.
Je passeerde.
Je feliciteerde.
Je stond op.
En nog voordat de vorige koper goed en wel met zijn sleutelbos buiten stond, lag het volgende leven alweer voor je open.
Maar Sophie had er een tijd niet echt tussen gezeten.
En nu ineens wel weer. Soort van.
Tegenover haar zat een jong stel.
Zo’n stel waarbij alles nog vóór hen leek te liggen.
Hun eerste huis.
Hun eerste hypotheek.
Hun eerste keer bij een notaris.
Zij keek aandachtig naar de akte.
Hij werkte voor een kledingmerk en zag er dan ook uit alsof kleding bij hem niet iets was wat ’s ochtends toevallig boven op de stapel had gelegen.
Sophie registreerde dat.
Ze registreert beroepshalve veel.
Sommige dingen volstrekt onnodig.
Ze begon met de leveringsakte.
Legde uit wat ze kochten, waarom het Kadaster daar iets van vond en waarom de hypotheekakte uit opvallend veel woorden bestaat voor een afspraak die in essentie neerkomt op:
de bank wil haar geld terug.
Ze maakten grapjes.
Er werden vragen gesteld.
De spanning zakte langzaam uit hun schouders.
En ergens tussen de hypotheek en de handtekeningen keek hij Sophie aan.
‘U bent eigenlijk best hip.’
Sophie stopte.
Heel even maar.
Maar toch.
Hip.
Dat woord was in ruim twintig jaar notariaat niet vaak gevallen.
Althans niet in haar richting.
Ze was weleens direct genoemd.
Daadkrachtig.
Scherp.
Eigenwijs.
Vermoedelijk zijn er ook kwalificaties gebruikt waarvan men uit beleefdheid heeft besloten ze niet rechtstreeks met haar te delen.
Maar hip?
En dan ook nog van iemand die voor een kledingmerk werkte.
Dat gaf het oordeel ineens een gezag dat Sophie niet onmiddellijk kon negeren.
Alsof zojuist een deskundigenbericht was uitgebracht.
Ze keek even naar zichzelf.
Gewoon Sophie.
Aan een tafel.
Met een akte.
Een pen.
En een hoofd waarin aanzienlijk meer wetsartikelen woonden dan redelijkerwijs met hip te verenigen leek.
‘Dank je,’ zei ze.
En tot haar eigen ergernis hoorde ze dat het bijna verbaasd klonk.
Misschien was het omdat ze niet sprak alsof iedere notaris bij benoeming automatisch een mahoniehouten bureau en de woordenschat van 1896 krijgt uitgereikt.
Misschien waren het haar schoenen.
Misschien de bril.
Misschien ligt de lat voor een hippe notaris eenvoudigweg zo laag dat het voldoende is wanneer je geen driedelig grijs pak draagt en af en toe een grap maakt.
Sophie besloot het niet nader te onderzoeken.
Sommige complimenten moet je niet juridisch uit elkaar halen.
Daar blijft zelden iets van over.
Maar het woord bleef nog even hangen.
Niet vanwege het hippe.
Vanwege het weer.
Want terwijl zij daar zat, tegenover twee jonge mensen die aan iets begonnen, merkte Sophie ineens dat zij zelf ook weer ergens zat waar ze een tijd niet werkelijk had gezeten.
Midden in zo’n eerste van de maand.
In het ritme.
In het komen en gaan.
In de zenuwen vóór een handtekening en de opluchting erna.
In dat kleine, wonderlijke moment waarop twee mensen tegenover haar nog kopers zijn en een paar minuten later naar buiten lopen als eigenaren van de plek waar hun leven zich voorlopig zal afspelen.
Waar straks hun bank staat.
Hun servies in een kast.
Hun jassen over een stoel.
Waar ruzie gemaakt zal worden over dingen die nu nog onmogelijk belangrijk kunnen lijken.
Waar misschien kinderen komen.
Of niet.
Waar gewone dinsdagen zullen ontstaan.
Een huis is bij Sophie eerst een kadastraal nummer.
Daarna wordt het weer een leven.
Ze zit precies op dat tussenpunt.
Misschien was ze vergeten dat ze dat mooi vond.
Ze tekenden.
Sophie tekende.
De aktes gingen dicht.
‘Gefeliciteerd. Het is van jullie.’
Ze stonden op met die lichte verwarring die mensen soms hebben nadat ze zojuist voor een enorm bedrag iets hebben gekocht en het officiële gedeelte verrassend genoeg eindigt met een paar handtekeningen en een handdruk.
Bij de deur keek Sophie nog even naar hem.
De man van het kledingmerk.
De deskundige.
Hip.
Ze glimlachte.
Toen ging de deur dicht.
Op tafel lag de volgende akte al klaar.
Buiten wachtte het volgende huis.
Het volgende verhaal.
Sophie nam een slok koffie en keek op de klok.
De eerste van de maand.
Ze was er weer. Nog niet helemaal, maar toch.
En kennelijk, geheel buiten haar eigen medeweten om, nog hip ook.



