Over voorkeur, fatsoen en het merkwaardige idee dat een notaris van jou zou zijn.
Sommige cliënten hebben een voorkeur.
Voor mij.
Dat is aardig. Soms zelfs bijzonder. Vertrouwen krijg je tenslotte niet cadeau. Dat bouw je op, akte voor akte, gesprek voor gesprek, soms jarenlang.
Maar ergens onderweg lijkt bij sommige mensen voorkeur te zijn verward met eigendomsrecht.
“Ik wil alleen bij jou tekenen.”
Dat kan.
“Ik wil niet bij een andere notaris.”
Dat mag.
“Dan moet jij maar zorgen dat je beschikbaar bent.”
Nee.
Daar houdt het op.
Ik ben notaris. Geen bezit.
Mijn agenda is geen afdwingbaar recht. Mijn tijd is niet inbegrepen bij het dossier. En mijn beschikbaarheid ontstaat niet plotseling doordat iemand harder praat, bozer mailt of verontwaardigd de deur uitloopt.
Soms ben ik er niet.
Omdat ik vrij ben. Omdat ik ziek ben. Omdat mijn agenda vol zit. Omdat er ook buiten het notariskantoor een leven bestaat. Of simpelweg omdat een andere notaris binnen ons kantoor die dag het werk doet.
En die collega’s zijn geen surrogaatversies van mij.
Het zijn notarissen.
Zelfstandig. Deskundig. Bevoegd.
Misschien doen ze dingen anders dan ik. Gelukkig maar. Een kantoor vol kopieën van mij lijkt me voor werkelijk iedereen een buitengewoon slecht idee.
Natuurlijk mag je wachten tot ik beschikbaar ben.
Natuurlijk mag je besluiten ergens anders heen te gaan.
Wat je niet hoeft te doen, is een medewerker onbeschoft behandelen omdat de werkelijkheid niet onmiddellijk buigt naar jouw voorkeur.
Dat zegt namelijk weinig over onze dienstverlening.
En verrassend veel over jou.
Misschien is dat uiteindelijk het merkwaardige aan dit vak.
We leggen dagelijks eigendom vast.
Van huizen. Grond. Vermogen. Aandelen.
We weten precies wat van wie is.
Dus voor de volledigheid nog één juridische vaststelling:
ik niet.



